Bij het omgaan met gevoelens zijn twee zaken belangrijk. Het eerste is dat rekening gehouden wordt met verschillen tussen kinderen. In sommige culturen is het helemaal niet gebruikelijk om je gevoelens te uiten en in andere culturen juist wel.
Het vragen naar gevoelens en het uiten van gevoelens is geen universeel gegeven. In Nederland wordt het direct uiten van gevoelens gewaardeerd. Voor ons betekent het, dat iemand sociaal competent is. In collectivistische culturen wordt sociale competentie anders ervaren. Sociaal competent zijn betekent daar juist het beheersen en indirect uiten van gevoelens, het begrijpen van de context van de boodschappen en eerlijkheid naar de groep. Vragen stel je indirect. Een kind dat teveel vragen stelt is nieuwsgierig. De mening van je vader of moeder niet overnemen is brutaal. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar vragen stellen juist wordt gewaardeerd. Uit: Kayser, D. (1996). Interculturele sociale vaardigheden op de basisschool. Basisboek voor leerkrachten en hulpverleners. Utrecht: De Tijdstroom.
Ten tweede is het belangrijk dat rekening gehouden wordt met de bron van de gevoelens. Hoe komt het dat een kind zich zo voelt? Wat is de aanleiding? Daarbij gaat het niet alleen om negatieve ervaringen, maar ook om positieve ervaringen.