Gevoelens
Gevoelens heb je de hele dag. Ook op school. Daarom kunnen we in school gewoon niet om die gevoelens heen. Of het nu gaat om eigen emoties dan wel om de gevoelens van onze leerlingen, we mogen ze niet negeren. Proberen we dat toch, dan komt dat de geestelijke gezondheid van alle betrokkenen niet ten goede. Zelfs de schoolprestaties kunnen er nadelig door worden beïnvloed.
Om erachter te komen welke gevoelens een kind heeft, is het nodig het kind te stimuleren zijn gevoelens te uiten. Dat kan door middel van gesprekken, maar ook drama, muziek, dans en beeldende expressie zijn middelen waarmee gevoelens geuit kunnen worden. We mogen kinderen echter nooit dwingen hun gevoelens en gedachten aan derden te laten weten. Ook kinderen hebben recht op privacy. Soms kan het zelfs geboden zijn al te openhartige kinderen tegen zichzelf te beschermen. Immers, niet in elke omgeving wordt even zorgvuldig omgesprongen met de gevoelens en gedachten die je uit. Ook dat moeten kinderen leren.

Bij het omgaan met gevoelens zijn twee zaken belangrijk. Het eerste is dat rekening gehouden wordt met verschillen tussen kinderen. In sommige culturen is het helemaal niet gebruikelijk om je gevoelens te uiten en in andere culturen juist wel.
Het vragen naar gevoelens en het uiten van gevoelens is geen universeel gegeven. In Nederland wordt het direct uiten van gevoelens gewaardeerd. Voor ons betekent het, dat iemand sociaal competent is. In collectivistische culturen wordt sociale competentie anders ervaren. Sociaal competent zijn betekent daar juist het beheersen en indirect uiten van gevoelens, het begrijpen van de context van de boodschappen en eerlijkheid naar de groep. Vragen stel je indirect. Een kind dat teveel vragen stelt is nieuwsgierig. De mening van je vader of moeder niet overnemen is brutaal. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar vragen stellen juist wordt gewaardeerd. Uit: Kayser, D. (1996). Interculturele sociale vaardigheden op de basisschool. Basisboek voor leerkrachten en hulpverleners. Utrecht: De Tijdstroom.
Ten tweede is het belangrijk dat rekening gehouden wordt met de bron van de gevoelens. Hoe komt het dat een kind zich zo voelt? Wat is de aanleiding? Daarbij gaat het niet alleen om negatieve ervaringen, maar ook om positieve ervaringen.