Agressie en geweld
Elk kind heeft een gezonde vorm van agressie en opstandigheid nodig om zijn leefwereld te ontdekken. Hij leert zijn grenzen kennen en zijn territorium af te bakenen.

De begrippen agressie, agressief gedrag en geweld worden vaak door elkaar gebruikt. Het begrip 'agressie' is een instinct dat (bij iedereen) in potentie aanwezig is (zie eerste zin). Het begrip 'agressief gedrag' is instinctief gedrag dat wordt omgezet in aanvallend gedrag dat schade tot gevolg heeft. Het begrip 'geweld' is een uiting van agressief gedrag en leidt tot fysiek en/of mentale beschadiging. Agressief gedrag wordt bepaald door aanleg en omgeving en vaak gemodelleerd door voorbeelden van thuis, straat, tv en school. Als het kind agressie en geweld gebruikt om iets gedaan te krijgen en of met de intentie om schade toe te brengen aan mensen, dieren of dingen spreken we van probleemgedrag.

Agressie kan ook voorkomen als gevolg van gevoelens van onzekerheid of onveiligheid vanwege een nieuwe situatie. Dit agressieve gedrag heeft echter meestal een tijdelijk karakter.
Agressief gedrag is een van de lastigste problemen die je als leerkracht kunt tegenkomen. Kinderen lijden eronder en leerkrachten moeten vaak vervelende maatregelen nemen. De sfeer in de klas en op school kan erdoor verziekt worden.

Wie betrek ik erbij?

De activiteiten die u op school doet om de kinderen te leren minder agressief en gewelddadig te zijn, hebben weinig zin als ze thuis niet ondersteund worden. Het is daarom belangrijk om de ouders/verzorgers van uw bevindingen en activiteiten op de hoogte te stellen. Belangrijke punten daarbij zijn:

  • praat de ouders/verzorgers geen schuldgevoel aan;
  • wees begripvol naar de ouders/verzorgers;
  • praat ook over positieve eigenschappen die het kind heeft;
  • zoek samen naar een oplossing.

Ouders/verzorgers kunnen zelf ook een bijdrage leveren aan het leren minder agressief en gewelddadig te worden. Ouders/verzorgers kunnen bijvoorbeeld proberen hun kinderen duidelijke opdrachten te geven en hen positief te benaderen en te waarderen.

Als er een gezamenlijk traject is opgezet, houd de ouders/verzorgers dan ook regelmatig op de hoogte van uw bevindingen en het resultaat van de activiteiten op school. Vraag de ouders/verzorgers ook naar hun bevindingen.
Speciale aandacht dient u hier te hebben voor kinderen met een multiculturele achtergrond. Het contact met ouders/verzorgers verloopt in die gevallen soms anders dan bij 'gewone' Nederlandse kinderen.

Hoe verantwoord ik mijn aanpak?

Maak vanaf het begin een rapportage van uw bevindingen en van de activiteiten die u instelt om te leren omgaan met het agressieve en of gewelddadige gedrag van het kind. Dat kan bijvoorbeeld door een logboek bij te houden, waarin u uw aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van die aanpak. Op die manier kunt u na een bepaalde tijd ook constateren of er daadwerkelijk verbetering in de situatie is.
Zorg ervoor dat deze rapportage ook voor de ouders/verzorgers beschikbaar is.